Eten en drinken: het is maar net wat je gewend bent. Maar is dat eigenlijk wel zo? Uit verhalen van mijn ouders hoor ik dat ik als baby en peuter een slechte eter was. Eerlijk gezegd, ben ik dat nu nog steeds wel. Als het gaat over het drinken dan hoor ik dat ik ben opgevoed zoals de meeste kinderen. Appelsap, ranja, yogho, het waren mijn favoriete drankjes. \

Nu ik meer over voeding aan het lezen ben, zie ik dat je smaak voor een groot deel gevormd wordt door wat je als jong kind gewend bent. Voor mij geldt dat niet.

Zo heb ik de zoete drankjes die ik als kind vaak dronk vanaf mijn twaalfde ongeveer heel langzaam afgebouwd. Niet omdat ik toen al zo bewust met mijn sport bezig was, maar gewoon omdat ik die zoetigheid niet meer zo lekker vond. Vanaf dat moment drink ik veel water. Heel af en toe een glaasje cola of andere frisdrank, soms thee, maar meestal water.

Ook drink ik nauwelijks sportdrank. Dat heeft misschien te maken met de prijs van dat spul, maar eerlijk gezegd vind ik het vaak ook veel te zoet. Water is nodig, vooral tijdens en na mijn training. Bovendien vind ik het ook wel fijn dat ik het net zo veel kan drinken als ik nodig vind, zonder me bezig te moeten houden met calorieën of de hoeveelheid suiker. Water is voor mij iets vanzelfsprekends. Om in te trainen en om te drinken.

Het helpt me dagelijks bij het beoefenen van mijn sport. En ik heb er geen nieuwe sponsor voor nodig. Ook dat is wel fijn! >

Maartje Otten
Kanoslalomteam - NED